DK.ZUID-HOLLAND.(1981.05.17)

Zuid-Holland kreeg een echte kampioem RENE KOPPERT

Waar in andere delen van het land de “vedetten" het niet zo nauw namen met de „eer" die in het provincialekampioenschap was te behalen, vormde de wedstrijd in het Kralingsebos een uitzondering. Om de drie Zuidhollandse medalilies werd in Rotterdam wel degelijk echt gekoerst. Niet alleen door de mannen die zich voornamelijk ophouden in de criteria en die dus in zo'n wedstrijd vrijwel de enige kans op plaatsing voor de nationale titelstrijd in Geulle krijgen, maar wel degelijk ook door de “bekende namen". Door dat toch flinke aantal topamateurs die Zuid-Holland momenteel bezit. Mannen die in het grotere werk met de besten van het land kunnen wedijveren. Die zich vaak al leng (en meerdere malen) hadden gekwalificeerd voor het gevecht om die rood-wit-blauwe trui straks op de Slingerberg. Maar mannen ook die zich er niet voor schaamden omdat er onderweg geen stuiver te verdelen was, zich toch in te spannen.

Het resultaat was niet alleen een voor de toeschouwers (plus de honderden wandelaars in Rotterdams groenstrook) aardige race, maar ook een echte kampioen. Want die omschrijving past toch bij een winnaar als Rene Koppert. De 20-jarige Poeldijker, met streekgenoot Gerrit Solleveld de „basis" van Jan Gisbers 100 km-kwartet straks bij de wereldkampioenschappen in

Tsjechoslowakije, veroverde in het bos immers niet zijn eerste titel.

Tweemaal eerder als junior was hij al de sterkste van de beide Zuid-Hollandse districten. Als amateur werd hij nationaal karn­pioen op de baan bij de achtervolgers en winnaar van de race om het studenten kampioen- schap. En dan is Koppert ook nog eens viermaal met zijn vereniging Westland Wil Vooruit gehuldigd als winnaar in een van de categorieen bij het nationael club­kampioenschap in Dronten. Laatstelijk nog na die werkelijk imponerende prestatie van het kwartet Leo van Vliet-Gerrit Solleveld-Rene Koppert-Theo Hogervorst.

Goed, Koppert dus winnaar. Voor de zesde maal dit seizoen al weer. Een erelijst met onder meer triomfen in de klassiekers door de eigen Glazen Stad en de Hel van hat Mergelland misstaat niemand. En geeft, zeker gelet op de huidige vorm, vertrouwen voor de dingen die nog gaan komen. Allereerst natuurlijk voor de confrontatie met de Russen in Olympia's Ronde, waarin Koppert vorig jaar als enige Nederlander nog even de oranje leiderstrui droeg.

Koppert's succes in Rotterdam kwam tot stand na een mislukte vlucht van negen anderen. Broers Theo en Peter Hogervorst en Teun van Vliet waren de gangmakers in een ontsnapping met verder Jan Zuydweg, John Meyer, John Trouw, Jan de Groot, Jan van Rossem en titelverdediger Theo van Tol. Maar de rappe Van Tol kwam naar de zin van de “aanvoerders" voorop niet voldoende op kop. De samenwerking verminderde. En „van achteren" organiseerden Solleveld en Koppert een geslaagde jacht. De voorsprong van ruim een minuut werd binnen enkele kilometers te niet gedaan. Waarbij in de grote groep ook Piet de Groot, Gino Ammerlaan en Martin Lexmond zich lieten gelden. Voor de totale hergroepering een feit was slopen Koppert en Pim Bosch als eersten naar de negen voorop. Maar ook die impuls vermocht de overigen niet te stimuleren. Met nog drie ronden te gaan begon de koers (na 100 van de 120 km) opnieuw. Waarbij Koppert een waardige helper had in de tien jaar oudere Jan Klomp. De Giessenburger, een echte man van het kleinere werk, die altijd de dagtaak voor de hobby heeft laten gaan, bouwde met het Westlandse talent binnen de kortste keren een voor­sprong op van een minuut. Zijn plaatsgenoot Piet Versteeg probeerde alles om nog bij het voortrazende duo aan te pikken, maar hij bleef op 25 meter “hangen". Jammer voor Versteeg, want daarmee was zijn kans op een ereplaats verkeken.

Achter de twee leiders duelleerden later immers de rappe jongens om de derde startplaats in Limburg. Waarbij P'im Bosch (24) dan toch eindelijk eens los" kwam. De Gorkummer heeft een uiterst teleurstellend voorjaar achter de rug (ziek en toch maar doorfietsen) en rekent erop de komende maanden wel degelijk weer tot de uitslagen te komen waarmee hij vorig seizoen tot de „regelmatigsten" in het peloton behoorde.

De eerste twee prijzen waren toen al verdeeld. In de spurt, waarbij - natuurlijk - Klomp kansloos was. Al mocht de onlangs in de Mako-ploeg opgenomen routinier er wel degelijk trots op zijn het Jan van Erp-talent tot op de meet te hebben bijgehouden.Tekst Henk Kruithof.

0

DK.ZUID-HOLLAND.WEG.(1981.05.17)

0

Amateurs:

 

1

René Koppert

Poeldijk;

2

Jan Klomp

Giessenburg;

3

Pim Bosch

Gorinchem;

4

Nico Toussaint

Naaldwijk;

5

Theo van Tol

Poeldijk;

6

Gerrie Sint Nicolaas

Dordrecht;

7

Lucien Godde

Zwijndrecht;

8

John Trouw

Piershil;

9

Peter Heijster

Vlaardingen;

10

Alex Jansen

Leiden;

11

Axel Hermans

Katwijk;

12

RenÚ den Boer

Vlaardingen;

13

Peter Post

Oegstgeest;

14

Peter Grootegoed

Rotterdam;

15

Wim Kroone

Schoonhoven;

16

Reinier Hoogkamer

Leiden;

17

R. de Bruin

Rotterdam;

18

Jan de Groot

Langerak;

19

R. Sluimer

Hoogvliet

20

G. Molenaar

Waddinxveen;

0

Junioren:

 

1

Aldo de Ruig

s-Gravendeel;

2

Hans van Staten

Rotterdam;

3

Jan van Straaten

Leiderdorp;

4

Dirk van Oorschot

Schijndel;

5

Anton van Putten

Oudenhoorn;

6

Jan Kleijnendorst

Dordrecht;

7

R. van Greven

Rotterdam;

8

A. van de Berg

Den Haag;

9

J. van Dalen

Den Haag

10

Henk Ceelen

Ouderkerk aan de IJssel;

0

Nieuwelingen:

 

1

Dick van Reek

Lisse;

2

Marco Duijvenstein

Naaldwijk;

3

Peter Verbaas

Zoetermeer;

4

O. van Anten

Kwintsheul

5

Peter van Haren

s-Gravendeel;

6

Erik Haksteen

Papendrecht;

7

M. Overdevest

Leiden;

8

G. van Brouwershaven

Woudrichem

9

F. Berkhouwer

Stolwijk;

10

Martin Jongejan

Rotterdam;