RONDE VAN ZUID-HOLLAND.(1980.03.15)

Schitterende Ronde van Zuid-Holland

AD WIJNANDS zet stap op goede weg

De Ronde van Zuid-Holland was voor Ad Wijnands niet meer dan „een stap op de goede weg". ,Ach," oordeelde de Lim­burger in een eerste opwelling misschien wat al te snel, „wat stelt zo'n klassieker nou helemaal voor? Wat zegt een over­winning in bijvoorbeeld Zuid-Holland eigenlijk? Natuurlijk, ik ben er dolblij mee. Het is een bevestiging van m'n goe­de vorm. En ik kan er lekker op door­gaan, maar er is bij de profs geen ploeg­leider, wiens mond van verbazing open valt wanneer ik hem vertel dat ik die koers heb gewonnen."

Waarmee Herman Krott's nieuwe pa­radepaardje (na het afscheid van Jos Lammertink en - even voor het ge­mak - Arie Hassink buiten beschouwing gelaten) precies aangaf hoe hij het weg­seizoen 1980 ziet. Wijnands, net 21 jaar geworden, stapt dit jaar over naar de beroepsrenners. Wanneer? „Ik heb geen haast", luidde het welovervogen ant­woord. Ik zit in de voorlopige Olympi­sche selectie. Naar Moskou wil ik in ieder geval. En daarna zien we wel verder.

Misschien maak ik het jaar nog wel af bij Amstel. Herman vindt dat ook beter, hoewel ook hij eerst eens wil afwachten hoe ik me de komende maanden ont­wikkel. En zo bekeken was dit geen slechte start."

Nadat de ploegleider („Ik kan Ad bij zat profgroepen onderbrengen, maar we for­ceren de boel niet") hem had gefelici­teerd, verduidelijkte Wijnands zijn scep­tisrche benadering van het typisch klas­sieke Hollandse koersen. Want al is hij dan een van de weinige Limburgers die de techniek van het waaieren beheersen (of misschien is aandurven het juiste woord), naar Wijnands zin speelt de factor geluk een te grote rol in het koers­verloop op het “vlakke".

„Want dat moet je hebben", verzekerde hij zijn gehoor. „Kijk nou eens naar Hassink (lekke band) en Theo Peeters (gevallen) vandaag. Ze reden misschien net zo goed of nog beter dan ik, maar ze misten dat beetje mazzel wat hier nodig is. Nee, lekker volgende week weer naar Belgie. Daar is het toch anders rijden."

Waarmee de indruk gewekt zou kunnen zijn dat de 27e Ronde van Zuid-Holland behoorde tot de minder interessante edities van de trots van de organiserende stichting SOS. Niets is minder waar. De randstad bood zaterdag het - door Wijnands bij nadere overweging - wel degelijk bevestigde beeld van een onver­valste slijtageslag. Een slopende strijd over polderwegen, over de brede provin­ciale „barren" en over de gevreesde dijken, waar tegen de forse wind geen beschut­ting was te vinden. Een wedstrijd van de waarheid dus eigenlijk, waarin voor de zwakkeren geen plaats was. Slechts zij die met een meer dan redelijke conditie uit de winterslaap waren ontwaakt, ble­ven overeind.

Renners als Wijnands dus, die na de 6-Daagse van Maastricht dan wel de koersfiets aan de haak hing, maar die in januari al skilopend in de Belgische Ardennen “in beweging" bleef. Om al in Belgie (4e Het Volk, 4e Arendonk, 3e Gooik) te laten zien dat hij er ditmaal vroeger was dan in zijn vorige twee seizoenen bij de amateurs. Als eenling van Amstel tenslotte fietste Wijnands in de finale tussen nog flinke brokken van de Gazelle- en Jan van Erp-formatie.

Hij gaf er niets om. Reed constant op de eerste rij en koos zelf de aanval. Om tenslotte, toen Hogervorst zijn al mis­lukte laatste uitval door pech helemaal zag afgebroken; toen Broers ook er te veel “doorheen" zat om zijn triomf van vorig jaar te prolongeren; en toen Jonkers het moment verwenste waarop de spaken in zijn achterwiel knapten en de velg tegen de remblokjes aansleepte; ook die laatste hindernis vlot te nemen. Rappe Pim Bosch was in de Haagse Vlierboomstraat niet rap genoeg. Kwam te snel op kop en „blokkeerde". Wijnands had veel meer reserves over. Hij won gemakkelijk.

De Ronde van Zuid-Holland kreeg een gepast slot. De juiste triomfator. De Nederlandse uitblinker van het Valken­burgse wereldkampioenschap. De win­naar eerder van o.a. de Omloop van de Krimpenerwaard 1978 en van de Lim­burgse heuvelrit tijdens de vorige Olym­pia's ronde (2e in de eindstand). Hij was op Zuidhollandse wegen zaterdag voort­durend vooraan. Al in de eerste kilo­meters bijvoorbeeld, toen - voor Delft - de grote uit elkaar spatte. Amstel's

Wim Jennen, Van Dijk (Brouwers) en Van Zandbeek (R & B) verkenden daar het pad, maar belangrijker was dat achteraan zo maar twintig, dertig ama­teurs losten.

De schifting ging verder. Gazelle's Jacques Vooys kwam na een buiteling nog even terug, maar niet voor lang. In Zoetermeer (30 km) maakte de ex­Scheveninger deel uit van de vierde waaier. Met o.a. mannen als Ad Dekkers, Herman Snoeijink en Ad Prinsen.

Een andere valpartij betekende het eind voor Theo Peeters, wiens ploegmaat Hassink net voorbij Benthuizen (40 km) ontmoedigd tweemaal van de fiets moest. Arie zette zich nog wel op kop van de achtervolgers van de - weer wat samen­gesmolten - eerste linie. Het baatte niet. Wie pech kreeg was gezien. Peter Hoger­vorst (De Markthof), Peter Schroen (De Uitkomst) en Piet van Leeuwen (Jan van Erp) ondergingen hetzelfde lot. Al­leen Jan Jonkers (Transvemij) kwam terug bij, maar hij hoefde dan ook niet van de fiets en kon rijdend worden geholpen.

Bij Ter Aar sloot Jonkers zelfs als enige uit de tweede waaier aan bij de in die fase gevormde leidersgroep, met Koot, Van der Weide, Stan Snijders, Henk Bouman, Wijnands, Van Dijk, Hans van Rossem, Adrie van der Poel, Theo Hoger­vorst, Klein, De Groot, Broers, Rene en Peter Koppert, Schur en Pim Bosch. Langs de Gouwe groeide de groep aan tot dertig man. Vooral Gino Ammerlaan (al heeft hij nog niet die macht van de Glazen Stad 1979) en Van Weers inspi­reerden Ron Snijders, Walstock, Van IJzendoorn Den Besten, Jouvenaar, Kos, Kuiken, Feiken, Van der Knoop, Jennen, Hekman en Jan van Rossem tot een succesvolle jacht.

Daar bij Gouwsluis verloor de Ronde de motorordonnans. Motard Bas Kouwen­hoven stuurde net naast de weg, kwam in de blubber en het gevaarte sloeg over de kop. Zonder dat Kouwenhoven en „invaller" Jan Teunisse overigens ge­wond raakten. Een ook al (thuis aan de arm) geblesseerde Johan Tomasse kon er daarom later met de betrokkenen vrolijk grappen over maken.

De jury ving dat gemis uitstekend op. Wim Jeremiasse gaf vanuit de auto de juiste informatie en wedstrijdleider Joop Hartman toonde begrip voor het journa­listieke werk. Van dichtbij zagen we daardoor Jan van Rossem, na een lekke band, kilometers lang (tevergeefs) zwoe­gen om terug aan te pikken. Maastrich­tenaar Walstock lukte dat, ook al na zo'n slopende jacht, wel, maar hij speelde toch geen rol meer en was met Van der Weide de eerste losser.

Kos, Van Weers en nog een handvol anderen moesten er even af. Zelfs Kui­ken, de trotse winnaar van de Ster van Zwolle. De Van Eyck-renner herstelde zijn fout ditmaal nog, maar hij was toch tussen vliegveld Zestienhoven en Delft, op de secundaire weg, echt geklopt. Na­dat Ron Snijders (lek) was verdwenen, zagen met Kuiken ook Hekman, Van IJzendoorn, Walstock, Bowman, Van der Weide, Jennen, Den Besten en daarna Hans van Rossem en Peter Koppert de 19 man wegrijden, die de beste prijzen zouden verdelen.

Binnen enkele kilometers was het gaatje een behoorlijke kloof van anderhalve minuut. Want de Maasdijk naderde. Daar zou het laatste kaf van het koren worden gescheiden. Kos vloog eraf. De Groot dan Van Weers. In een groepje (dat later nog voor de zesde plaats zou gaan rijden) Van Dijk, Koot, Feiken, Jouvenaar, Stan Snijders, Van der Knoop en Schur. Nog negen vooraan dus. Met Wijnands als aanvaller (nadat Broers overigens op de dijk tot aan Hoek van Holland de selec­tieve arbeid had verricht). Met de Gazelle's Hogervorst en Ammerlaan in de counter en met Jonkers, ondanks een slingerend achterwiel, als indrukwek­kende tempomaker.

In het spel van demarreren en reageren sneuvelden opnieuw vier man. Jonge - 19 jaar pas - Rene Koppert (die in zijn eerste klassieker knap naar de zesde prijs zou spurten), Adrie van der Poel (nog niet „op top"), Gino Ammerlaan en Dries Klein. Plotseling twee Van Erpen en twee Gazelle's minder dus. Het gaf, tien kilometer voor de meet, Jonkers en Wijnands de vleugels, die Bosch (telkens goed mee, maar niet fanatiek op kop), Hogervorst (gedwongen tot achterom kijken) en Broers (ook al niet op kop om dezelfde reden en omdat hij merkte dat er dit seizoen duidelijk minder trai­ningskilometers onder de wielen zijn doorgegaan dan vorig jaar) meesleurden naar de aankomst. Wijnands: “We moes­ten wel blijven rijden. Jonkers begreep dat. Hij liet de zaak ook niet stil vallen als ik na een demarrage was terug­gehaald."

Wijnands dus, energiek, in de aanval. Zonder daarbij zichzelf te slopen. Ad had nog voldoende bewaard voor de spurt, die Theo Hogervorst trachtte te ont­komen. De kippeboer uit Pijnacker: “Ik was in de laatste kilometer wegge­sprongen. Goed, waarschijnlijk was het toch niet gelukt, maar ik kon wel janken toen in die laatste bocht de ketting bij het schakelen klem schoot tussen de pion en de buis. Ik kon geen trap meer geven. De mensen hebben me geduwd en ik ben met een hand aan de hekken trekkend nog over de streep gegaan."

De andere vier - al weer aan Theo's wiel toen die misschakelde - spurtten. Wijnands: “Ik had een beetje schrik van Bosch. Die had een “twaalf" staan." De supersnelle Driessen-coureur gebruikte het kleine tandwieltje echter niet. Eerlijk: „Dat kon ik niet meer wegkrijgen. De dertien was al te zwaar. Ik kwam veel te vroeg op kop en viel stil. Zonde, want ik dacht daarvoor dat ik zou gaan winnen."

Ook Jonkers (winnaar van Gent-Staden al) en Broers (individueel eerste in de Omloop Hot Volk) kwamen er niet aan. Zuid-Holland was voor Wijnands. En hij was er toch erg blij mee.BRON: HENK KRUITHOF

0

RONDE VAN ZUID-HOLLAND. ( 1980.03.15 )

0

Amateurs:

 

1

Ad Wijnands

Maastricht;

2

Pim Bosch

Gorinchem;

3

Jan Jonkers

Oud-Gastel;

4

Johnny Broers

Maartensdijk;

5

Theo Hogervorst

Pijnacker;

6

RenÚ Koppert

Poeldijk;

7

Stan Snijders

Zwanenburg;

8

Jan Feiken

Veendam;

9

Ad van der Poel

Hoogerheide;

10

Bram Jouvenaar

Den Haag;

11

Gino Ammerlaan

Maasdijk;

12

Hans Koot

Sint Oedenrode;

13

Dries Klein

Ter Apel;

14

Peter van der Knoop

Haarlem;

15

Frits Schür

Didam;

16

Michel van Dijk

Someren;

17

Johan van de Weide

Amsterdam;

18

René van IJzendoorn

Tiel;

19

Wim Jennen

Grevenbicht;

20

Henk Bouman

Eelde;

21

Henk van Weers

Den Haag;

22

George Walstock

Maastricht;

23

Jan de Groot

Langerak;

24

RenÚ Kos

Oudkarspel;

25

Jan Hekman

Den Ham;

26

Gijs den Besten

Monster;

27

Hans van Rossum

Den Haag;

28

Ron Snijders

Zwanenburg;

29

Peter Koppert

Monster;

30

Jan van Rossum

Den Haag;